Hoe rivieren natuurlijk werken
Rivieren zijn eigenlijk gigantische afvoersystemen die al het water uit een bepaald gebied verzamelen. Het stroomstelsel bestaat uit hoofdrivieren en zijrivieren, en het gebied waar al dat water vandaan komt heet het stroomgebied.
Elke rivier heeft drie duidelijke delen in zijn lengteprofiel. De bovenloop stroomt snel en smal door bergen met veel erosie. De middenloop wordt breder en langzamer in heuvelachtig gebied. De benedenloop mondt langzaam uit in zee met veel sedimentatie.
Het verval van een rivier is het hoogteverschil per kilometer - dit bepaalt hoe snel het water stroomt. Rivieren kunnen gletsjervieren zijn (smeltwater), regenrivieren (vooral regenwater) of gemengde rivieren (beide). Het debiet en regime van een rivier laten zien hoeveel water er wanneer stroomt.
Let op: Door klimaatverandering wordt het neerslagregime steeds onregelmatiger, met plotselinge piekafvoeren die zorgen voor wateroverlast.




