Aardbevingen en de opbouw van de aarde
Stel je voor: de grond onder je voeten trilt plotseling hevig omdat ergens diep onder de aardkorst gigantische stukken steen verschuiven. Dat is precies wat er gebeurt bij een aardbeving - een trillingsgolf die ontstaat door het plotseling bewegen van delen in de aardkorst of mantel.
De aarde bestaat uit verschillende lagen, zoals een ui. De buitenste harde schil noemen we de lithosfeer, die bestaat uit de aardkorst en het bovenste stukje van de mantel. Daaronder ligt de asthenosfeer - een soort taaie, warme laag waar het materiaal heel langzaam kan stromen door convectiestromen.
Het actualiteitsprincipe helpt geologen begrijpen wat er in het verleden gebeurde: de natuurprocessen van toen werkten precis hetzelfde als nu. Zo kunnen wetenschappers aan de hand van huidige vulkaanuitbarstingen achterhalen hoe oude gesteenten zijn ontstaan.
Let op: Het hypocentrum is waar de aardbeving begint (ondergronds), het epicentrum is het punt recht daarboven op het aardoppervlak!






