Chemie in cellen
Stofwisseling is alle chemische omzettingen in je lichaam samen. Denk aan het maken van glucose, het afbreken van voedsel, en het vrijmaken van energie.
Er zijn twee soorten stoffen waar je mee te maken hebt. Organische stoffen worden door levende wezens gemaakt (zoals glucose), bevatten altijd C, H en O-atomen en zitten vol energie. Anorganische stoffen zoals water en zuurstof zijn van nature aanwezig en bevatten weinig energie.
Assimilatie betekent opbouwen - je maakt complexe moleculen en dat kost ATP (energie). Fotosynthese is het beste voorbeeld: planten maken glucose uit simpele stoffen. Dissimilatie is precies het tegenovergestelde: je breekt moleculen af en krijgt daar ATP voor terug.
💡 Onthoud dit: Assimilatie = opbouwen (kost energie), Dissimilatie = afbreken (levert energie op)







