Basis onregelmatige werkwoorden
Onregelmatige werkwoorden volgen geen vast patroon - je moet ze gewoon uit je hoofd leren. De meeste komen super vaak voor in gesprekken en teksten, dus het is echt de moeite waard om ze goed te kennen.
Let vooral op werkwoorden zoals 'to be' (was/were - been), 'to go' (went - gone) en 'to do' (did - done). Deze gebruik je letterlijk elke dag in het Engels. Ook werkwoorden zoals 'break' (broke - broken) en 'bring' (brought - brought) zijn heel gebruikelijk.
Sommige werkwoorden blijven hetzelfde in alle vormen, zoals 'to cut' (cut - cut) en 'to cost' (cost - cost). Die zijn eigenlijk het makkelijkst! Andere hebben weer totaal verschillende vormen, zoals 'to eat' (ate - eaten) of 'to drink' (drank - drunk).
Pro tip: Maak zinnen met deze werkwoorden in plaats van ze alleen maar op te dreunen. Dan onthoud je ze veel beter!




