Zuren en zure oplossingen
Zure oplossingen herken je meteen aan hun kenmerkende eigenschappen. Ze hebben een pH kleiner dan 7, kleuren rodekoolsap rood, geleiden stroom en reageren heftig met magnesium waarbij waterstofgas vrijkomt.
Een zuur is simpelweg een deeltje dat H⁺ ionen kan afstaan. Wat overblijft na het afstaan van dat H⁺ ion noem je het zuurrest-ion. Een oplossing wordt zuur omdat er H₃O⁺ ionen in zitten - dit zijn eigenlijk H⁺ ionen die zich aan watermoleculen hebben gehecht.
Sterke zuren zoals HCl staan vrijwel al hun H⁺ ionen af (aflopende reactie), terwijl zwakke zuren zoals azijnzuur (CH₃COOH) slechts een klein deel afstaan (evenwichtsreactie). Zwavelzuur is bijzonder omdat het in twee stappen reageert: eerst als sterk zuur, dan als zwak zuur.
Let op: Als je HCl in water leidt, wordt het warm! Dit komt doordat er meer energie vrijkomt bij het vormen van nieuwe bindingen dan er nodig is om de oude te verbreken.




