Het hart als pomp
Je hart werkt als een dubbele pomp met twee gescheiden helften. Bij elke hartslag pompt elke kant ongeveer 70 mL bloed weg - dat noemen we het slagvolume. De linkerkant stuurt zuurstofrijk bloed naar je lichaam (grote bloedsomloop), terwijl de rechterkant zuurstofarm bloed naar je longen pompt (kleine bloedsomloop).
Het hartminuutvolume bereken je door je hartslagfrequentie te vermenigvuldigen met het slagvolume. Dit laat zien hoeveel bloed er per minuut door je lichaam stroomt. Bij inspanning stijgt dit flink omdat je spieren meer zuurstof nodig hebben.
Je hartslag begint bij de sinusknoop in de rechterboezem. Deze natuurlijke pacemaker stuurt elektrische signalen door je hart. Eerst trekken de boezems samen (vulfase), dan de kamers (pompfase), gevolgd door de ontspanningsfase (diastole). De hartkleppen zorgen ervoor dat bloed altijd in de juiste richting stroomt.
Let op: Een hartinfarct ontstaat door vernauwing van de kransslagaders die je hartspier van bloed voorzien. Dit kan leiden tot afsterven van hartspierweefsel.











