Het werkwoord "zijn" - Duits vs Nederlands
Het Duitse werkwoord "sein" werkt net zoals "zijn" in het Nederlands - je gebruikt het constant om te zeggen wie je bent en hoe dingen zijn. De truc is om alle vormen uit je hoofd te leren, want ze lijken totaal niet op elkaar (net zoals "ik ben" en "wij zijn" ook heel anders klinken).
Alle vormen van "sein":
- Ik ben = Ich bin
- Jij bent = Du bist
- Hij/zij is = Er/sie ist
- Wij zijn = Wir sind
- Jullie zijn = Ihr seid
- Zij zijn = Sie sind
Let op dat "Sie sind" zowel voor "u bent" (beleefdheidsvorm) als "zij zijn" (meervoud) gebruikt wordt. De hoofdletter maakt het verschil - "Sie" met hoofdletter is beleefd, "sie" zonder hoofdletter betekent "zij".
💡 Onthoudtip: Oefen deze vormen elke dag hardop - ze zijn zo onregelmatig dat je ze gewoon moet stampen!


