Avoir: het werkwoord dat je overal tegenkomt
Avoir in de tegenwoordige tijd is supersimpel als je het patroon doorhebt. De vorm verandert bij elke persoon, maar dat went snel met een beetje oefening.
De basis vormen zijn: j'ai (ik heb), tu as (jij hebt), il/elle/on a (hij/zij/men heeft). Voor meervoud gebruik je nous avons (wij hebben), vous avez (jullie/u heeft) en ils/elles ont (zij hebben).
De verleden tijd van avoir maak je door de tegenwoordige tijd te combineren met 'eu'. Bijvoorbeeld: j'ai eu betekent "ik heb gehad" en nous avons eu is "wij hebben gehad".
Tip: Oefen deze vormen hardop - dan onthoud je ze veel sneller dan alleen maar lezen!































