Symbolen en Basisformules
Je werkt met verschillende symbolen die elk iets anders betekenen. n staat voor het aantal waarnemingen, M voor het gemiddelde en σ voor de standaardafwijking. Bij steekproeven gebruik je X voor het steekproefgemiddelde en S voor de steekproef standaardafwijking.
Voor proporties gebruik je P (als decimaal) of p̂ (als percentage). Bijvoorbeeld: 25% wordt P = 0.25. Dit is cruciaal om goed te onthouden voor je berekeningen.
De belangrijkste formule voor een 95% betrouwbaarheidsinterval van het populatiegemiddelde is: . Het getal 2 komt van de normale verdeling en zorgt voor die 95% betrouwbaarheid.
Let op: De standaardafwijking S/√n wordt kleiner naarmate je steekproef groter wordt - meer data betekent meer betrouwbaarheid!



