Lineaire Vergelijkingen en Functies
Het oplossen van lineaire vergelijkingen is eigenlijk heel logisch als je de drie basisstappen kent. Werk eerst haakjes en breuken weg, breng daarna alle termen met variabelen naar links en de rest naar rechts, en deel ten slotte beide kanten door het getal voor de variabele.
Bij lineaire ongelijkheden doe je precies hetzelfde, maar pas op! Als je in stap 3 door een negatief getal deelt, dan klapt het teken om (< wordt > en andersom).
Lineaire functies hebben de vorm f = ax + b en hun grafiek is altijd een rechte lijn. Hierbij is 'a' de richtingscoëfficiënt (ook wel rico genoemd) - dit geeft aan hoeveel de lijn omhoog gaat als je 1 naar rechts beweegt. Het snijpunt met de y-as ligt op (0, b).
Handige tip: Bij de richtingscoëfficiënt denk je: "1 naar rechts, a omhoog"!






















