De eerste steden
Tussen de rivieren Eufraat en Tigris in Mesopotamië ontstonden rond 4000 v.C. de eerste echte steden. De Soemeriers bouwden deze steden op, compleet met tempels en pakhuizen. Dit waren geen grote dorpen meer, maar echt steden waar de meeste inwoners geen boeren waren.
De landbouw-stedelijke samenleving ontstond dankzij boeren met voedseloverschotten langs vruchtbare rivieren. Hierdoor konden stadsbewoners andere taken uitvoeren. Er ontstond specialisatie: handelaren, timmerlieden, priesters en ambtenaren. De Soemeriers handelden volop - ze exporteerden potten en graan, en importeerden luxe spullen zoals parfum en edelstenen.
Politiek werd er ook complexer. Uit de elite kwam een vorst die werd geadviseerd door aanzienlijke mannen. In Egypte ontstond rond 3000 v.C. zelfs een farao. In Mesopotamië regeerden opperpriesters die beweerden contact te hebben met de goden - slim bedacht om hun macht te versterken!
Cultureel was dit een gouden tijd. Er ontstond een polytheïstische godsdienst met hoofdgoden en honderden kleinere goden. Het belangrijkste: rond 3300-2900 v.C. ontwikkelden ze het spijkerschrift - de eerste vorm van geschreven taal om hun complexe bestuur bij te houden.
Cruciaal punt: Deze steden legden de basis voor alle latere beschavingen - van politieke systemen tot geschreven taal en gespecialiseerde beroepen.