Werkwoordstijden die je moet kennen
Voor je Engels toets zijn er vier belangrijke tijden die je perfect moet beheersen. De present simple gebruik je voor gewoontes en feiten (do/does + werkwoord), de past simple voor afgelopen acties (did + werkwoord-ed).
De present continuous herken je aan am/is/are + werkwoord-ing voor dingen die nu gebeuren. De past continuous werkt hetzelfde maar dan met were/was + werkwoord-ing voor acties die in het verleden bezig waren.
Tip: Let op signaalwoorden zoals 'now', 'always', 'yesterday' en 'at the moment' - die vertellen je vaak welke tijd je moet gebruiken!



