Brits kolonialisme in Amerika
De Britten begonnen pas laat met koloniseren in Amerika - de Spanjaarden waren hen voor. In 1585 probeerden Engelsen hun eerste kolonie te stichten, maar dat mislukte. Virginia (1607) werd hun eerste succesvolle kolonie, gevolgd door Nieuw-Engeland (1620) waar de Pilgrim Fathers een streng protestantse samenleving wilden bouwen.
Rond 1700 hadden de Britten 13 koloniën langs de oostkust met zo'n 250.000 Europeanen. Het noorden leefde van landbouw en handel, terwijl het zuiden zich richtte op exportgewassen zoals tabak, rijst en katoen. Deze plantages zorgden ervoor dat roken populair werd in Europa.
Let op: De kolonisatie was catastrofaal voor de inheemse bevolking - miljoenen indianen stierven door oorlogen en Europese ziektes zoals pokken.
De trans-Atlantische driehoekshandel maakte de Britten nog rijker. Ze kochten slaven in Afrika, verkochten ze in Amerika en brachten suiker en tabak terug naar Europa. Vooral de suikereilanden in het Caribisch gebied leverden enorme winsten op.































