Wiskunde: Hoeken Berekenen
Driehoeken hebben altijd samen 180° - dit is je belangrijkste regel die je moet onthouden. Alle drie de hoeken bij elkaar opgeteld komen altijd op dit getal uit.
Stel je hebt ∠A = 70° en ∠B = 60°, dan reken je zo: 180° - 70° - 60° = 50°. Dus ∠C = 50°. Simpel aftrekken is alles wat je hoeft te doen!
Voor vierhoeken geldt 360° als totaal van alle hoeken. Bij ∠A = 95°, ∠C = 105° en ∠D = 100° reken je: 360° - 95° - 105° - 100° = 60°. Dus ∠B = 60°.
Pro tip: Een klein vierkantje in een hoek betekent dat het een rechte hoek van 90° is. Dit maakt berekeningen vaak makkelijker!


