Vraag: Waarom Koop je Wat je Koopt?
De individuele vraagfunctie Qv=xP+b laat zien hoeveel jij van iets wilt kopen bij verschillende prijzen. In een grafiek zie je dat als de prijs daalt, je meestal meer koopt - logisch toch?
Verschuiving over de vraaglijn gebeurt door prijsveranderingen, maar verschuiving van de vraaglijn komt door veranderende voorkeuren. Als iedereen plotseling gek wordt op een bepaald merk, verschuift de hele lijn naar rechts.
Prijselasticiteit meet hoe gevoelig je bent voor prijsveranderingen. Bij elastische vraag (|Ev| > 1) reageer je sterk op prijswijzigingen - denk aan luxe spullen. Bij inelastische vraag (|Ev| < 1) koop je het toch wel - zoals water of brood.
Kruiselingse prijselasticiteit kijkt naar hoe producten elkaar beïnvloeden. Substitutiegoederen (zoals Coca Cola en Pepsi) hebben een positieve kruiselingse elasticiteit, terwijl complementaire goederen (zoals auto's en benzine) een negatieve hebben.
Handig: Primaire goederen zijn inkomensinelastisch - je koopt ze ongeacht je inkomen. Luxe goederen hebben een drempelinkomen!