Van boerderijen naar fabrieken
Stel je voor: je bent gewend aan rustige dorpjes met windmolens, en ineens staan er overal rokende fabrieken met rattelende machines. Dat was Nederland rond 1850, toen de Industriële Revolutie eindelijk ook hier doorhikte.
Voor die tijd werkten de meeste mensen gewoon op het land of in kleine werkplaatjes bij hen thuis. Maar toen kwamen er stoommachines die alles veel sneller konden maken. Plotseling konden fabrieken in één dag meer produceren dan een ambachtsman in een hele maand.
Nederland liep trouwens een beetje achter op landen zoals Engeland. Wij waren zo druk met handel en onze Gouden Eeuw dat we pas later doorhadden hoe handig die machines eigenlijk waren. Rond 1850 werd er eindelijk flink geïnvesteerd in spoorwegen en kanalen.
Let op: De Industriële Revolutie begon in Engeland rond 1750, maar kwam pas een eeuw later echt op gang in Nederland!



