Stoffen en hun fases
Microniveau betekent dat je kijkt naar moleculen, terwijl macroniveau gaat over wat je met het blote oog kunt waarnemen. Stoffen kunnen in drie fases voorkomen, afhankelijk van hoe de moleculen bewegen.
Bij vaste stoffen trillen moleculen dicht bij elkaar, bij vloeistoffen bewegen ze dicht langs elkaar, en bij gassen bewegen moleculen ver van elkaar. Deze fases kunnen veranderen: verdampen (vloeibaar → gas), condenseren (gas → vloeibaar), rijpen (gas → vast) en sublimeren (vast → gas).
Zuivere stoffen hebben een exact smelt- en kookpunt, maar mengsels hebben een smelt- en kooktraject. Er zijn verschillende soorten mengsels: oplossingen (helder), suspensies (troebel, vast in vloeistof), en emulsies (troebel, twee vloeistoffen met emulgator).
Let op: Homogene mengsels zijn onzichtbaar gemengd, heterogene mengsels kun je de verschillende delen nog zien!