Van Materiaaleigenschappen naar Stofeigenschappen
Zuivere stoffen hebben unieke kenmerken zoals een specifiek kookpunt, dichtheid en brandbaarheid - dit noemen we stofeigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan water dat altijd bij precies 100°C kookt (bij normale druk).
Een mengsel ontstaat wanneer je twee of meer stoffen combineert zonder dat ze chemisch reageren. De bestanddelen behouden hun eigen eigenschappen. Legeringen zijn hier een perfect voorbeeld van - door verschillende metalen te mengen krijg je vaak veel hardere materialen dan de oorspronkelijke metalen.
Homogene mengsels herken je doordat alles er uniform uitziet - je kunt de verschillende bestanddelen niet met het blote oog onderscheiden. Suiker opgelost in water is zo'n homogeen mengsel, ook wel een oplossing genoemd.
Heterogene mengsels zijn juist mengsels waarbij je de verschillende onderdelen wél kunt zien. Mayonaise (emulsie), modderwater (suspensie) en yoghurt (gel) zijn allemaal voorbeelden die je kent uit je dagelijkse leven.
Let op: Een emulgator (zoals lecithine in chocolade) zorgt ervoor dat water en olie zich kunnen mengen en gemengd blijven!