Politiek en burgerschap in de Griekse wereld
Stel je voor: geen groot Grieks rijk, maar honderden kleine stadstaten (poleis) die constant ruzie met elkaar hadden! Toch deelden ze dezelfde goden, taal en verhalen. Door bevolkingsgroei moesten ze nieuwe Griekse koloniën stichten rond de Middellandse Zee.
Het coolste van de Grieken? Ze bedachten de democratie in Athene na 509 v.Chr. Mannen die wapens konden kopen (hopliet) of konden roeien in oorlogsschepen kregen politieke rechten. Ze kregen zelfs presentiegeld zodat arme mannen ook naar vergaderingen konden komen.
Niet iedereen mocht meedoen echter. Vrouwen, slaven en mensen zonder Atheense voorouders (metoiken) hadden geen politieke rechten. Voor belangrijke functies gebruikten ze loting, en met schervengericht (ostracisme) konden ze gevaarlijke politici wegsturen.
Let op: Alexander de Grote maakte in de 4de eeuw v.Chr een einde aan de zelfstandigheid van de Griekse stadstaten, maar de Griekse cultuur bleef dominant (hellenisme).
































