De Eerste Wereldoorlog breekt uit
De moord op kroonprins Franz Ferdinand in Sarajevo (28 juni 1914) was de vonk die Europa in brand zette. Door een ingewikkeld systeem van bondgenootschappen werd een lokaal conflict al snel een wereldoorlog tussen de Geallieerden (Engeland, Frankrijk, Rusland) en de Centralen (Duitsland, Oostenrijk).
Het echte probleem lag dieper. Europa was een kruitvat door nationalisme, wapenwedloop en territoriale conflicten. Frankrijk wilde wraak voor de verloren oorlog van 1870-1871, Duitsland voelde zich omsingeld, en iedereen was bezig met militarisme - het verheerlijken van het leger.
De Balkan was het gevaarlijkste gebied. Het zwakke Ottomaanse rijk en agressieve buurlanden zoals Servië zorgden voor constante spanningen. Door de betrokkenheid van grote mogendheden werd elke lokale ruzie levensgevaarlijk.
Let op: De ernst van de oorlog werd zwaar onderschat - iedereen dacht dat het voor Kerstmis voorbij zou zijn!


























