De Macht van de Rede
Verlichte denkers ontdekten dat bijna alle wonderen eigenlijk een wetenschappelijke verklaring hadden. Dit betekende dat er geen ruimte meer was voor bovennatuurlijke verschijnselen. Dominee Balthasar Bekker schreef zelfs een boek waarin hij beweerde dat er in de bijbel geen bewijs te vinden was voor het bestaan van de duivel.
Veel denkers ontwikkelden een mechanistisch wereldbeeld. Ze geloofden dat God de wereld, mensen en natuurwetten had geschapen, maar zich daarna niet meer actief bemoeide met de wereld. Dit heet deïsme.
Op het gebied van moraal waren de meeste denkers het erover eens dat mensen hun eigen verstand moesten gebruiken. Ze moesten een moraal volgen die nuttig was voor de hele samenleving, niet alleen voor zichzelf.
Politiek kreeg drie belangrijke nieuwe ideeën: John Locke zei dat alle mensen natuurrechten hebben en dat burgers het recht hebben op een andere regering als de huidige faalt. Rousseau beweerde dat een regering alleen de uitvoerder van de burgerswil is (volkssoevereiniteit). Montesquieu bedacht de scheiding der machten om machtsmisbruik te voorkomen.
Let op: Deze politieke ideeën zijn de basis van onze huidige democratie!

























