Jagers en boeren: Van overleven tot landbouw
Ooit leefden onze voorouders als nomaden die constant rondtrokken op zoek naar voedsel. Darwin's evolutietheorie legt uit hoe dit werkte: survival of the fittest - alleen wie zich goed kon aanpassen aan de omgeving, overleefde.
Toen de ijstijd eindigde, smolt het ijs en werd het land weer vruchtbaar. De homo sapiens ontdekte iets revolutionairs: als je een graankorrel in de grond stopt, groeit er meer graan! Dit was het begin van de agrarische revolutie.
Door landbouw konden mensen sedentair leven - op één plek blijven wonen in plaats van rondzwerven. Er kwam genoeg voedsel, waardoor specialisatie mogelijk werd: niet iedereen hoefde meer boer te zijn. Sommigen werden ambachtsman, anderen ontdekten brons en later ijzer.
Let op: Met de uitvinding van ijzer eindigde de prehistorie en begon de échte geschiedenis!





























