Monohybride Kruisingen
Monohybride kruisingen volgen de overerving van één enkele eigenschap. Je gebruikt P voor ouders, F1 voor de eerste generatie nakomelingen, en F2 voor de tweede generatie.
Los kruisingsvraagstukken systematisch op: bepaal eerst de genotypen van de ouders, dan welke allelen in hun geslachtscellen kunnen komen, en tenslotte alle mogelijke combinaties bij bevruchting. Een Hh x Hh kruising geeft bijvoorbeeld 25% HH, 50% Hh, en 25% hh nakomelingen.
Kan je niet zien of een organisme homozygoot of heterozygoot dominant is? Voer een testkruising uit! Kruis het met een homozygoot recessief individu (aa). Is de ouder homozygoot dominant? Dan krijg je 100% dominante nakomelingen. Is de ouder heterozygoot? Dan krijg je een 50-50 verdeling.
Stambomen visualiseren erfelijkheidspatronen over generaties. Mannen worden weergegeven als vierkantjes, vrouwen als cirkels, en kleuren geven verschillende fenotypen aan.
Tip voor tentamens: Oefen veel met kruisingsschema's - ze komen vrijwel altijd voor op genetica-toetsen!