Bladeren: De Energiefabrieken van Planten
Elk blad is opgebouwd uit verschillende gespecialiseerde weefsels die perfect samenwerken. De opperhuid vormt de buitenkant en bevat huidmondjes - kleine openingen waardoor gassen zoals koolstofdioxide en zuurstof kunnen in- en uitstromen.
Het grootste deel van het blad bestaat uit weefsel met bladgroenkorrels. Dit is waar de magie gebeurt: hier vindt fotosynthese plaats waarbij zonlicht wordt omgezet in glucose. De vaatbundels fungeren als het transportsysteem van het blad en vertakken zich in nerven die je duidelijk kunt zien.
Bij fotosynthese worden koolstofdioxide en water omgezet in glucose en zuurstof. Voor dit proces heb je drie essentiële ingrediënten nodig: (zon)licht, bladgroen en de juiste temperatuur. De lichtenergie wordt letterlijk vastgelegd in de glucose-moleculen.
Let op: Alleen het weefsel met bladgroenkorrels kan fotosynthese uitvoeren - de opperhuidcellen en nerven bevatten geen bladgroenkorrels en kunnen dus geen glucose produceren.
De huidmondjes zijn slim genoeg om te openen en sluiten afhankelijk van de omstandigheden, zoals dag en nacht. Dit gebeurt doordat de sluitcellen van vorm veranderen wanneer de druk op hun celwand wijzigt.