Het zenuwstelsel en zenuwcellen
Je zenuwstelsel bestaat uit twee hoofddelen die perfect samenwerken. Het centrale zenuwstelsel (je hersenen en ruggenmerg) is het commando-centrum, terwijl zenuwen alle andere lichaamsdelen verbinden.
Impulsen zijn elektrische signalen die door je zenuwen razen als berichten door een chatapp. Ze gaan van je zintuigen naar je hersenen, zodat je bewust wordt van wat er gebeurt. Het proces werkt zo: prikkel → zintuig → impuls → zenuwstelsel.
Er zijn drie soorten zenuwcellen die elk hun eigen taak hebben. Gevoelszenuwcellen brengen signalen van je zintuigen naar je hersenen. Bewegingszenuwcellen sturen commando's van je hersenen naar je spieren. Schakelcellen zorgen voor de verbinding tussen beide.
Elke zenuwcel heeft een cellichaam met een celkern en uitlopers die impulsen doorgeven. Bij gevoelszenuwcellen ligt het cellichaam vlakbij het centrale zenuwstelsel, met lange uitlopers die tot aan je zintuigen reiken.
Let op: Gevoelszenuwcellen hebben super lange uitlopers - denk maar aan de afstand van je teen tot je ruggenmerg!