Wat zijn cellen eigenlijk?
Een cel is letterlijk de kleinste bouwsteen van elk levend organisme. Jouw lichaam bestaat uit miljarden van deze kleine fabriektjes die allemaal samenwerken om jou in leven te houden.
Elke cel heeft een paar basisdelen die cruciaal zijn. Het cytoplasma is de geleiachtige vulling van de cel, en daarin vind je de celkern - het controlecentrum van de cel. In die celkern zitten de chromosomen, die bestaan uit DNA en al jouw erfelijke informatie bevatten.
Het celmembraan werkt als de beveiliging van de cel - het bepaalt wat er in en uit mag. Bij planten, schimmels en bacteriën zit er nog een extra laag omheen: de celwand. Die zorgt voor extra stevigheid, zoals een harnas.
Let op: Dierlijke cellen hebben geen celwand, alleen een celmembraan!
Plantencellen vs bacteriën
Plantencellen hebben een paar speciale onderdelen die dierlijke cellen niet hebben. Naast de celwand hebben ze ook bladgroenkorrels (voor fotosynthese) en een grote vacuole - een soort waterballon die de plant stevig houdt.
Bacteriën zijn heel anders. Ze bestaan uit maar één cel en hebben geen echte celkern - hun DNA zwemt gewoon vrij rond in het cytoplasma. Ze zijn zo klein dat je een microscoop nodig hebt om ze te zien.
Bacteriën vermeerderen zich razendsnel door celdeling - ze splitsen zich gewoon in tweeën. Daardoor kunnen ze zich in no time enorm uitbreiden.