Celmembraan en Transport
Het celmembraan werkt als een slimme filter die gemaakt is van fosfolipiden. Deze vetachtige moleculen vormen een dubbele laag waarbij de hydrofiele (waterliefde) koppen naar buiten wijzen en de hydrofobe (watervrezende) staarten naar binnen.
Het membraan is selectief permeabel - dat betekent dat het alleen bepaalde stoffen doorlaat. Kleine, ongeladen moleculen gaan er makkelijk doorheen, maar grote of geladen deeltjes hebben hulp nodig.
Osmose is superwichtelijk voor cellen. Dit is diffusie van water door het membraan heen. Water beweegt altijd van een lage naar een hoge osmotische waarde (van weinig naar veel opgeloste deeltjes). Afhankelijk van de oplossing kan een cel zwellen (hypotonische oplossing), krimpen (hypertonische oplossing) of gelijk blijven (isotonische oplossing).
Let op: Bij plasmolyse trekt het cytoplasma weg van de celwand door watertekort - dit zie je vaak bij plantencellen in zoutwater!
Passief transport gebeurt zonder energie. Moleculen bewegen via diffusie van hoge naar lage concentratie. Bij gefaciliteerd transport helpen transporteiwitten grotere moleculen door het membraan.
Actief transport kost wel energie omdat moleculen tegen hun concentratiegradiënt in worden getransporteerd. Endocytose (zoals fagocytose) en exocytose zijn manieren om hele grote deeltjes of vloeistoffen de cel in of uit te krijgen door het membraan om ze heen te vouwen.