Voedselrelaties
Elk dier in de natuur valt onder één van drie groepen: vleeseters, planteneters of alleseters. Deze indeling bepaalt hun plek in het voedselweb.
Een voedselketen is een reeks soorten waarbij elke soort voedselbron is voor de volgende. Je tekent dit met pijlen die aangeven "wordt gegeten door". In werkelijkheid lopen er meerdere voedselketens door elkaar heen in één ecosysteem.
Het geheel van alle voedselrelaties in een ecosysteem noem je een voedselweb of voedselnet. Dit geeft een veel completer beeld dan één enkele voedselketen, omdat de meeste dieren meerdere voedselbronnen hebben.
Planten maken hun eigen voedsel door fotosynthese: water + koolstofdioxide + licht → glucose + zuurstof. Hiervoor hebben ze ook mineralen uit de bodem nodig. Omdat planten zelf voedsel produceren, heten ze producenten en vormen ze de eerste schakel.
Dieren kunnen geen eigen voedsel maken en heten daarom consumenten. Planteneters zitten in de tweede schakel, vleeseters die planteneters eten in de derde schakel, enzovoort.
Niet alle planten worden opgegeten - ze kunnen ook gewoon doodgaan. Deze dode resten worden gebruikt door afvaleters, en wat overblijft wordt afgebroken door bacteriën en schimmels (reducenten). Uiteindelijk komen alle stoffen weer bij de planten terecht - de natuur werkt volledig in kringlopen.
Onthoud: Energie stroomt door het voedselweb (van zon naar plant naar dier), maar stoffen draaien in kringlopen rond!