Zintuigen en Prikkels
Elke dag bombarderen miljoenen prikkels je zintuigen, maar je merkt er maar een klein deel van op. De prikkeldrempel bepaalt hoe sterk een prikkel moet zijn voordat jij hem opmerkt - denk aan het zachte tikken van regen dat je eerst niet hoort, maar steeds luider wordt.
Elk zintuig heeft zijn eigen adequate prikkel - dat is de prikkel waar het het gevoeligst voor is. Je ogen reageren het beste op licht, je oren op geluid, en je neus op geurmoleculen. Het is alsof elk zintuig zijn eigen specialiteit heeft.
Gewenning zorgt ervoor dat je na een tijdje minder gevoelig wordt voor dezelfde prikkel. Daarom ruik je je eigen parfum na een paar minuten niet meer, maar anderen wel! Je lichaam ontvangt ook inwendige prikkels (zoals honger of dorst) en uitwendige prikkels (alles wat je met je zintuigen waarneemt).
Let op: Niet alle prikkels die je lichaam raken, worden ook daadwerkelijk door je hersenen waargenomen!
Zenuwcellen: De Boodschappers
Je zenuwstelsel bestaat uit drie verschillende soorten zenuwcellen die elk hun eigen taak hebben. Gevoelscellen zijn de eerste in de keten - zij vangen prikkels op van je zintuigen en sturen deze door naar je centrale zenuwstelsel.
Bewegingscellen doen preciso het tegenovergestelde: zij krijgen opdrachten van je hersenen of ruggenmerg en geven deze door aan je spieren. Hun cellichaam zit veilig opgeborgen in je ruggenmerg, terwijl hun lange uitlopers helemaal naar je spieren reiken.
Schakelzenuwcellen zijn de verbindingsstukjes die impulsen van de ene zenuwcel naar de andere geleiden. Ze zitten altijd in je centrale zenuwstelsel en zorgen ervoor dat alle informatie op de juiste plek terechtkomt.
Handig om te weten: Zenuwcellen hebben lange en korte uitlopers - de lange verbinden met andere organen, de korte met andere zenuwcellen!