Inkomensverdeling en woonlasten
Economen verdelen de bevolking in groepen om inkomensongelijkheid te messen. Een kwintiel bevat 20% van de mensen, een deciel 10%, en een percentiel 1%. Nivellering betekent dat inkomensverschillen kleiner worden, denivellering dat ze groter worden.
Je primaire inkomen komt rechtstreeks uit werk (loon, rente, winst). Na belasting en premies houd je je secundaire inkomen over - dit kun je daadwerkelijk besteden.
Bij het kopen van een huis vergelijk je de huur met netto woonlasten. Deze bestaan uit hypotheekrente (na belastingvoordeel), onderhoud, verzekeringen en onroerendezaakbelasting. Een hypothecaire lening is een langlopende lening specifiek voor onroerend goed.
Inflatie betekent dat prijzen stijgen en je dus minder kunt kopen met hetzelfde geld. Het CBS meet dit via de consumentenprijsindex (CPI). Ze gebruiken wegingsfactoren die aangeven hoeveel procent mensen gemiddeld uitgeven aan verschillende producten.
Praktisch: Als de inflatie 3% is en je loonsverhoging 2%, dan daalt je koopkracht met 1%.