Inkomen en Uitgaven Beheren
Je inkomen komt uit drie bronnen: arbeid (je baan), bezit (verhuur van spullen) en overdrachten (zoals kindertoeslag). Primair inkomen is wat je verdient uit arbeid en bezit, secundair inkomen is wat overblijft na belasting plus overdrachten.
Uitgaven verdeel je in drie soorten: vaste lasten (huur, verzekeringen), huishoudelijke uitgaven (boodschappen, benzine) en incidentele uitgaven (vakantie, nieuwe laptop).
Je budget is hoeveel je kunt uitgeven in een periode. Krijg je meer binnen dan je uitgeeft? Dan heb je een begrotingsoverschot. Andersom is een begrotingstekort.
Om bedragen te vergelijken gebruik je deze handige formule: week × 52 ÷ 12 = maand, of maand × 12 ÷ 52 = week.
💡 Tip: Bereken percentage verandering met nieuw−oud ÷ oud × 100%