Economische Basisprincipes
Iedereen heeft behoeften - dat zijn dingen die je wilt of nodig hebt. Primaire behoeften zijn essentieel voor overleven (zoals eten en onderdak), terwijl secundaire behoeften meer luxe zijn (zoals een nieuwe iPhone).
Om je behoeften te vervullen heb je middelen nodig, vooral geld en tijd. Omdat deze middelen beperkt zijn, ontstaat er schaarste - je kunt niet alles tegelijk hebben. Dit betekent dat je altijd moet kiezen: wil je die nieuwe sneakers of spaar je voor een festival?
Vrije goederen zoals zonlicht en lucht kosten niets, maar de meeste dingen die je consumeert zijn producten. Deze zijn onderverdeeld in tastbare goederen (je telefoon) en niet-tastbare diensten (een kapperbezoek). Goederen zijn verder op te delen in gebruiksgoederen die lang meegaan (tandenborstel) en verbruiksgoederen die je opgebruikt (eten).
Let op: Schaarste is de reden waarom economie überhaupt bestaat - zonder schaarste zouden we geen keuzes hoeven maken!
Inkomensvormen en Verdeling
Je inkomen kan uit drie bronnen komen. Inkomen uit arbeid krijg je door te werken (loon, salaris of natura zoals een bedrijfsauto). Inkomen uit bezit verdien je met wat je bezit (rente op spaargeld, huur van een huis, winst uit aandelen).
Inkomen uit overdracht krijg je zonder er iets voor terug te doen - denk aan zakgeld, kinderbijslag of uitkeringen. Het nationaal inkomen telt alleen arbeid en bezit mee, niet de overdrachten.
Inkomensverschillen ontstaan door factoren zoals leeftijd, opleiding, ervaring en verantwoordelijkheid. Een ervaren dokter verdient meer dan een beginnende kassamedewerker - logisch toch?
Onthoud KANO: Kapitaal geeft rente/huur, Arbeid geeft loon, Natuur geeft pacht, Ondernemerschap geeft winst. Deze vier productiefactoren bepalen alle inkomens!