De opkomst van de islam
In 610 n.C. begon Mohammed in Mekka een nieuw monotheïstisch geloof te verkondigen: de islam. Na zijn dood in 632 veroverden zijn opvolgers enorme gebieden.
Moslims moeten zich houden aan vijf kerngeboden: alleen Allah vereren, Mohammed als profeet erkennen, vijfmaal daags bidden, liefdadigheid doen, vasten tijdens de ramadan, en minstens één keer naar Mekka op bedevaart.
De sharia (islamitische wetgeving) speelt een centrale rol. In tegenstelling tot het christendom zijn er geen priesters, maar rechtsgeleerden kunnen wel als leiders fungeren.
Noord-Afrika en het Midden-Oosten werden grotendeels islamitisch. Deze nieuwe religie zou een blijvende impact hebben op de wereldgeschiedenis.
Zie je het patroon? Net als het christendom groeide de islam uit van een kleine groep tot een wereldreligie.