Rijken en stadstaten (3000-300 v.C.)
Nu wordt het pas echt interessant - grote rijken (imperiums) ontstonden! Een stadstaat was een stad met omliggend platteland, een staat was een groot gebied met centraal bestuur, en een rijk ontstond wanneer koningen nog grotere gebieden veroverden.
Tribuut was super belangrijk - buurstaten moesten waardevolle geschenken naar de hoofdstad sturen. Zo bleven rijken rijk!
De koning had veel taken: een machtig leger leiden, verre gebieden besturen, een goede relatie met goden onderhouden, rechtspraak verzorgen en belastingen innen. Voor al die administratie hadden ze schrift nodig.
Het oudste spijkerschrift ontstond rond 3300 v.C. Dit werd niet alleen gebruikt voor boekhouding, maar ook voor wetten, verdragen, verhalen en wetenschappelijke kalenders.
Cruciaal voor je toets: Schrift was essentieel voor bestuur, wetenschap en cultuur!