Gevolgen voor de Britse Samenleving
De industrialisatie creëerde twee nieuwe sociale klassen die de Britse samenleving voor altijd veranderden. Begrijp dit goed - het verklaart veel van onze moderne geschiedenis!
Rijke industriële ondernemers wilden meer politieke invloed, maar het parlement bestond vooral uit vertegenwoordigers van landeigenaren en handelaren. Het kiessysteem was hopeloos verouderd - veel parlementariërs kwamen van het platteland, niet uit de nieuwe industriesteden.
De Reform Bill (1832) gaf eindelijk stemrecht aan mannen met een bepaald inkomen. De invloed van industriële ondernemers groeide aanzienlijk. Dit was een belangrijke stap in de voortschrijdende democratisering.
Arme fabrieksarbeiders in de groeiende steden hadden het zwaar. Ze werkten voor lage lonen in gevaarlijke omstandigheden en woonden in kleine, smerige huizen. Toen ze protesteerden, waren ze machteloos tegenover ondernemers en een onverschillige overheid.
De Factory Acts (1833) brachten de eerste verbetering - grenzen aan kinderarbeid en veiligheidsregels. Socialistische fabrikant Robert Owen ging verder: achtuurswerkdag, doorbetaling bij ziekte en leerplicht. Hij steunde ook vakbonden.
In de loop van de 19e eeuw organiseerden arbeiders zich beter en dwongen meer rechten af. Dit was het begin van de discussie over de sociale kwestie en verschillende politieke stromingen zoals socialisme.
Voor je proefwerk: De industriële revolutie creëerde nieuwe sociale tegenstellingen die nog steeds invloed hebben op onze samenleving vandaag!