Tekstsoorten en hun doelen
Elke tekst die je tegenkomt heeft een tekstdoel - de reden waarom iemand hem heeft geschreven. Er zijn vier hoofddoelen die je overal zult tegenkomen.
Informatieve teksten willen je iets uitleggen of nieuwe kennis geven. Denk aan krantenartikelen, verslagen of die saaie instructiehandleidingen. Ze geven je gewoon de feiten zonder te proberen je ergens van te overtuigen.
Betogende teksten proberen jou van iets te overtuigen of je mening te veranderen. Boekbesprekingen, presentaties en uitleg over waarom je huiswerk wél belangrijk is, horen hier allemaal bij. De schrijver heeft een standpunt en wil dat jij het daarmee eens bent.
Activerende teksten willen dat je iets gaat doen - kopen, klikken, of ergens naartoe gaan. Advertenties en reclames zijn hier de grote voorbeelden van. Ze proberen je actief te maken in plaats van alleen maar te informeren.
Let op: Amuserende teksten bestaan puur voor je entertainment. Stripboeken en kinderboeken vallen hieronder - ze willen je gewoon een leuke tijd bezorgen zonder bijbedoelingen.
Tekstverbanden herkennen
Signaalwoorden zijn je beste vrienden bij het begrijpen van teksten. Ze laten zien hoe zinnen en alinea's met elkaar verbonden zijn, zoals wegwijzers in een tekst.
Bij opsommende teksten zie je woorden als "ten eerste", "bovendien" en "ten slotte". Deze teksten lijsten gewoon dingen op zonder speciale volgorde. Tijdsvolgorde teksten gebruiken "eerst", "daarna" en "vervolgens" - ze vertellen een verhaal in chronologische volgorde.
Tegenstellende verbanden herken je aan woorden als "maar", "echter" en "daarentegen". Hier worden twee verschillende standpunten of situaties tegenover elkaar gezet. Concluderende teksten gebruiken "dus", "concluderend" en "hieruit volgt" om tot een eindoordeel te komen.
Door deze signaalwoorden te spotten, snap je veel sneller waar een tekst naartoe wil en hoe de argumenten opgebouwd zijn.
Slimme leesstrategieën
Je hoeft niet altijd elke tekst van a tot z door te ploegen. Er zijn vier leesstrategieën die je tijd kunnen besparen en je begrip verbeteren.
Verkennend lezen is perfect voor een eerste indruk. Je bekijkt alleen de titel, tussenkopjes, eerste en laatste alinea, en plaatjes. Zo weet je snel waar de tekst over gaat zonder alles te hoeven lezen.
Nauwkeurig lezen doe je wanneer je echt alles moet begrijpen - bijvoorbeeld voor een toets. Dan lees je inderdaad de hele tekst zorgvuldig door. Zoekend lezen gebruik je als je een specifieke vraag hebt en alleen het antwoord daarop zoekt.
Studerend lezen is de zwaarste vorm - je leest om informatie te onthouden voor later. Dit doe je meestal bij studieboeken of belangrijke teksten voor examens.
Onderwerp en hoofdgedachte vinden
Het onderwerp van een tekst vind je meestal al snel door verkennend lezen. Het is simpelweg waar de tekst over gaat - sport, milieu, geschiedenis, whatever.
Een deelonderwerp behandelt één specifiek aspect van het hoofdonderwerp. Deze kunnen zich over meerdere alinea's uitstrekken, dus let goed op waar nieuwe aspecten beginnen. De hoofdgedachte is het allerbelangrijkste punt dat de schrijver wil maken - in één zin samengevat.
Pro tip: Als je de hoofdgedachte in één zin kunt uitleggen aan een vriend, dan heb je de tekst echt begrepen.