Aanvoegende en Gebiedende Wijs
Aanvoegende wijs gebruik je voor situaties die niet helemaal echt zijn of voor speciale uitspraken. Deze vorm ziet er anders uit dan normale werkwoorden - in het enkelvoud eindigt het meestal op een 'e', en bij 'zijn' gebruik je soms 'ware'.
Je herkent de aanvoegende wijs in verschillende situaties. Bij wensen zeg je bijvoorbeeld "Het ga je goed" in plaats van "Het gaat je goed". Voor aansporing gebruik je zinnen zoals "Men neme 50 gram suiker" - klinkt formeel, maar komt vaak voor in recepten!
Voor toegevingen en berusting gebruik je ook deze vorm: "Helaas, het zij zo" of "Ware de brandweer op tijd gearriveerd, dan was het pand blijven staan." In het meervoud voeg je een 'n' toe achter de tegenwoordige tijd.
Gebiedende wijs is eigenlijk super simpel - gebruik je voor bevelen, adviezen en waarschuwingen. Het bijzondere is dat er geen onderwerp in de zin staat! Je schrijft gewoon de ik-vorm van de tegenwoordige tijd: "Rust maar uit", "Pas op voor die scooter", "Land in het weiland."
Onthoud dit: Aanvoegende wijs = wensen en niet-echte situaties, Gebiedende wijs = bevelen zonder onderwerp!