Tekstverbanden en Signaalwoorden
Je gebruikt tekstverbanden om verschillende delen van je tekst logisch met elkaar te verbinden. Er zijn 12 hoofdtypen die elk een andere functie hebben in je verhaal of betoog.
Chronologische verbanden gebruik je voor tijdsvolgorde met woorden als "daarna", "eerst", "vervolgens" en "uiteindelijk". Perfect voor verhalen of processen uitleggen.
Voor tegenstellingen heb je woorden als "echter", "daarentegen", "aan de ene kant... aan de andere kant" en "ondanks dat". Deze helpen je verschillende standpunten tegen elkaar afzetten.
Oorzakelijke verbanden toon je met "daardoor", "als gevolg van", "vanwege" en "waardoor". Hiermee leg je uit waarom iets gebeurt. Concluderende verbanden rond je af met "daarom", "dus", "al met al" en "dat houdt in".
Pro tip: Kies bewust voor het juiste signaalwoord - het maakt het verschil tussen een verwarrende en een kristalheldere tekst!
Vergelijkende verbanden zoals "evenals", "in vergelijking met" en "net zo... als" helpen je dingen naast elkaar te zetten. Voor voorwaarden gebruik je "als", "mits", "tenzij" en "in het geval dat".