El Pretérito Perfecto - Voltooide Tegenwoordige Tijd
Herken je dit? Je wilt vertellen dat je deze week iets hebt gedaan, of dat je vandaag al iets hebt meegemaakt. Dan heb je de pretérito perfecto nodig! Deze tijd gebruik je voor gebeurtenissen die in het verleden zijn gebeurd maar nog steeds relevant zijn voor nu.
De signaalwoorden zijn je beste vrienden hier: hoy (vandaag), esta mañana (vanochtend), este verano (deze zomer), ya (al), nunca (nooit) en una vez (een keer). Zie je deze woorden? Dan weet je dat je waarschijnlijk de pretérito perfecto moet gebruiken.
De vorming is eigenlijk best logisch: je gebruikt haber (hebben) + het voltooid deelwoord. Voor regelmatige werkwoorden krijg je: he trabajado (ik heb gewerkt), has comido (jij hebt gegeten), hemos vivido (wij hebben geleefd). De vervoeging van haber moet je uit je hoofd leren: he, has, ha, hemos, habéis, han.
Pro tip: Let goed op de signaalwoorden in zinnen - die vertellen je bijna altijd welke tijd je moet gebruiken!
Pas op voor onregelmatige deelwoorden! Woorden zoals hacer → hecho, escribir → escrito, en ver → visto moet je gewoon uit je hoofd leren. Er zit geen logica in, dus maak er flashcards van en oefen ze regelmatig.