Spaanse Vocabulaire - Dagelijks Leven
Las matemáticas en el recreo zijn woorden die je direct herkent van school. Wiskunde vinden veel mensen moeilijk, maar de pauze daarentegen is voor iedereen een welkome onderbreking!
Werkwoorden zoals aguantar (volhouden) en darse prisa (zich haasten) gebruik je constant. Denk maar aan "¡Date prisa!" wanneer je te laat bent voor de les. Salir betekent zowel weggaan als uitgaan - handig voor vrijdagavond plannen!
Dar igual is super nuttig en betekent "het maakt niet uit". Als iemand vraagt of je pizza of pasta wilt, kun je zeggen "Me da igual" (maakt me niet uit). Gustar ken je waarschijnlijk al - "me gusta" voor dingen die je leuk vindt.
De andere woorden zoals poner (zetten), costar (kosten), la camiseta T−shirt en el edificio (gebouw) kom je overal tegen. Tener curiosidad betekent nieuwsgierig zijn - een eigenschap die je helpt bij het leren van Spaans!
💡 Tip: Maak zinnen met deze woorden over je eigen leven. Bijvoorbeeld: "Las matemáticas me cuestan trabajo pero me gusta el recreo."