Rekenen met Kommagetallen
Bij kommagetallen optellen en aftrekken zet je de getallen onder elkaar met de komma's precies onder elkaar. Dan reken je kolom voor kolom: 12,75 + 3,8 = 16,55.
Vermenigvuldigen met kommagetallen doe je in drie stappen: tel eerst alle cijfers achter de komma 2,5×1,2=1+1=2cijfers. Vermenigvuldig dan alsof het hele getallen zijn: 25 × 12 = 300. Plaats tenslotte de komma: 3,00 = 3.
Bij delen van kommagetallen werk je de komma's weg door beide getallen met 10, 100 of 1000 te vermenigvuldigen. Zo wordt 7,2 ÷ 1,8 gewoon 72 ÷ 18 = 4.
Handig: Kommagetallen zijn vaak sneller dan breuken, vooral bij complexe berekeningen!