Praktische toepassingen
Woordproblemen lijken eng, maar ze zijn eigenlijk gewoon verhalen die je naar vergelijkingen moet vertalen. Met een vaste aanpak wordt dit veel makkelijker.
Het stappenplan is: lees zorgvuldig, bepaal wat x is, stel de vergelijking op, los op, en controleer of het logisch is. Bij "Lisa heeft €15 meer dan Tom, samen hebben ze €47" wordt Tom = x en Lisa = x + 15, dus x + x+15 = 47.
Nederlandse voorbeelden maken het concreter. Een NS-dagkaart kost €19,50 meer dan een enkele reis, en 3 enkele reizen kosten €4,50 minder dan een dagkaart. Stel enkele reis = x, dan is 3x = x+19,50 - 4,50, dus x = €7,50.
Geheim: Woordproblemen zijn gewoon verhalen - zoek de getallen en de relaties!