Basen en pH - De Basis van Basische Oplossingen
Basen werken precies omgekeerd aan zuren - ze pakken H⁺-ionen op of geven OH⁻-ionen af aan water. Dit verklaart waarom zeep zo glibberig aanvoelt en waarom schoonmaakmiddelen vaak een bittere smaak hebben.
Sterke basen zoals NaOH en KOH lossen volledig op in water. Zwakke basen zoals NH₃ (ammoniak) reageren slechts gedeeltelijk en staan in evenwicht met water. Dit verschil is cruciaal voor het berekenen van pH-waarden.
Basische oplossingen herken je aan hun karakteristieke eigenschappen: ze smaken bitter, voelen zeperig aan, kleuren indicatoren blauw, en geleiden elektrische stroom door de ionen in oplossing.
💡 Onthoud: Hoe sterker de base, hoe meer OH⁻-ionen er gevormd worden, en hoe hoger de pH wordt.
Voor pH-berekeningen bij basen gebruik je de formules pOH = -logOH− en pH + pOH = 14. Bij een 0,015 M NaOH oplossing krijg je bijvoorbeeld: pOH = 1,82 en dus pH = 12,18.
Zwakke basen zoals NH₃ vereisen de evenwichtsconstante Kb om OH− te berekenen: Kb = OH−NH4+/NH3. Deze berekeningen zijn lastiger maar volgen hetzelfde principe.
Zuur-basereacties leiden tot neutralisatie: H⁺ + OH⁻ → H₂O. De uiteindelijke pH hangt af van de sterkte van beide reactanten - sterk zuur plus sterke base geeft pH = 7, maar andere combinaties geven pH < 7 of pH > 7.
Titratie is de praktische toepassing waarbij je met indicatoren zoals broomthymolblauw het equivalentiepunt bepaalt - het moment waarop zuur en base exact geneutraliseerd zijn.