Stoffen en Mengsels: De Basis
Het verschil tussen zuivere stoffen en mengsels snap je zo. Een zuivere stof bestaat uit maar één type stof - denk aan zuiver water of zout. Een mengsel daarentegen bevat meerdere verschillende stoffen die door elkaar zitten.
Elementen zijn de simpelste zuivere stoffen omdat ze uit slechts één atoomsoort bestaan, zoals ijzer of zuurstof. Verbindingen zijn ook zuivere stoffen, maar bestaan uit meerdere atoomsoorten die chemisch aan elkaar vast zitten - zoals water (H₂O).
Er bestaan twee hoofdtypen mengsels: homogene mengsels (alles ziet er hetzelfde uit, zoals zoutwater) en heterogene mengsels (je kunt de verschillende delen nog zien, zoals olie en water). Bij emulsies helpen emulgatoren om twee vloeistoffen te mengen - het hydrofiele deel houdt van water, het hydrofobe deel is bang voor water.
Handig om te weten: Wetenschappers kijken op twee niveaus - macroniveau (wat je met je zintuigen waarneemt) en microniveau (moleculen en atomen).
De beste manier om te ontdekken of iets een zuivere stof of mengsel is? Let op de fase-overgangen! Zuivere stoffen hebben een vast smelt- en kookpunt waarbij de temperatuur constant blijft. Mengsels hebben een smelt- en kooktraject waarbij de temperatuur blijft veranderen tijdens het smelten of koken.