Samenvatting Hoofdstuk 1: Balken en Kubussen
Elke ruimtefiguur heeft drie dimensies: lengte, breedte én hoogte. Dit maakt ze anders dan platte figuren zoals vierkanten of cirkels.
Een balk is opgebouwd uit 6 rechthoekige vlakken die aan elkaar vast zitten. Denk aan een schoenendoos - dat is een perfecte balk! De vlakken heten grensvlakken, de randen waar twee vlakken elkaar raken zijn ribben, en de punten waar meerdere ribben samenkomen zijn hoekpunten.
Een kubus lijkt veel op een balk, maar heeft één belangrijk verschil: alle grensvlakken zijn vierkanten van precies dezelfde grootte. Een Rubik's kubus is het perfecte voorbeeld.
Onthoud dit: Zowel balken als kubussen hebben altijd 6 grensvlakken, 12 ribben en 8 hoekpunten - dat blijft hetzelfde!
Het grote verschil zit hem in de afmetingen. Bij een balk kunnen lengte, breedte en hoogte allemaal anders zijn. Bij een kubus zijn alle ribben precies even lang, waardoor alle vlakken vierkanten worden in plaats van rechthoeken.