Transport van verweringsmateriaal
Zodra gesteente is verweerd, gaat het op reis! Massabewegingen brengen materiaal naar beneden: vallend gesteente, aardverschuivingen, steenlawines en modderstromen. Dit materiaal hoopt op in puinhellingen.
Rivieren zijn superefficiënte transporteurs. Ze nemen verweringsmateriaal mee van bergen naar vlaktes, waar het puinwaaiers vormt. Door verticale erosie slijten rivieren hun bedding steeds dieper uit.
Gletsjers zijn nog krachtiger - ze zijn zo zwaar dat ze U-vormige dalen uitslijten. Wanneer het ijs smelt, blijft morene achter: al het materiaal dat de gletsjer heeft meegesleept.
Ook wind en golven zijn actieve transporteurs. Wind slijt gesteente af met zand, krachtige golven vormen steile kliffen aan de kust.
Al dit materiaal komt uiteindelijk terecht in afzettingsmilieus - plekken waar sediment wordt afgezet afhankelijk van klimaat en stroomsnelheid.
Herken je dit: In Nederland zie je overal sporen van gletsjertransport uit de ijstijden, van zwerfkeien tot keileemlagen!