Politieke en culturele globalisering
Politieke globalisering verschuift macht van nationale staten naar internationale organisaties (VN, EU), transnationale organisaties (Rode Kruis, Greenpeace), en lagere bestuursniveaus (gemeentes die zich uitspreken over Palestina).
Na de Koude Oorlog ontstond een unipolaire wereld met VS als enige supermacht, maar nu wordt het multipolair met VS, Rusland, China en EU. Neoliberalisme benadrukt vrijhandel, kleine overheid, privatisering en eigen verantwoordelijkheid.
Blokvorming ontstaat door economische en politieke samenwerking. De VN is niet geschikt als wereldregering omdat het te westers georiënteerd is - geen vaste leden uit Afrika, Zuid-Amerika of Oost-Azië.
Culturele globalisering heeft twee effecten: culturele uniformiteit (wereldwijd op elkaar lijken) en culturele diversiteit (mengculturen door migratie). Engels wordt lingua franca, talen verdwijnen, maar er ontstaan ook nieuwe mengvormen.
Verwestering beperkt zich vooral tot materiële zaken. Mensen geven hun culturele identiteit niet gemakkelijk op. Westerse elementen worden aangepast aan lokale culturen, en de westerse wereld staat ook onder niet-westerse invloeden.
Paradox: Globalisering maakt ons gelijker én diverser tegelijk!