Schaalniveaus en Coördinaten
De wereld kun je bekijken op vijf verschillende schaalniveaus: lokaal (je eigen plaats), regionaal (provincie of streek), nationaal (Nederland), continentaal (Europa) en mondiaal (de hele wereld). Hoe groter het gebied, hoe minder details je ziet.
Voor de absolute ligging van een plaats gebruik je coördinaten. Dat zijn de exacte breedte- en lengtegraden die aangeven waar iets precies op aarde ligt - net zoals een adres voor je huis.
Breedtegraden lopen horizontaal rond de aarde. Plaatsen dicht bij de evenaar hebben een lage breedtegraad, plaatsen ver van de evenaar (zoals bij de polen) hebben een hoge breedtegraad.
Onthoud: De nulmeridiaan loopt door Greenwich in Londen - dit is het startpunt voor alle lengtegraad-metingen!
Lengtegraden (meridianen) lopen verticaal van noordpool naar zuidpool. Ze meten hoe ver een plaats van de nulmeridiaan ligt. Plaatsen ten oosten van Londen krijgen oosterlengte (OL), plaatsen ten westen krijgen westerlengte (WL).