Economische globalisering: hoe ontstond dit?
De vrijemarkteconomie werd mogelijk door het instorten van het communisme in 1991 en China's toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hierdoor bepalen vraag en aanbod wat er geproduceerd wordt en tegen welke prijs.
Na 1990 zie je economische globalisering vooral aan drie dingen: snelle toename van wereldhandel, sterke stijging van buitenlandse investeringen, en groei van internationaal transport. Let wel: sinds 2016 wordt dit afgeremd door economische crises, vooral in semi-perifere landen.
Multinationale ondernemingen kiezen hun vestigingsplaatsen slim uit. Ze kijken naar arbeidsmarkt, bereikbaarheid, belastingvoordelen, politieke stabiliteit en omvang van de afzetmarkt. De WTO stimuleert vrijhandel door invoerrechten te verlagen en eerlijke concurrentie te bevorderen.
Door offshoring wordt de productieketen steeds meer uitgerekt over verschillende landen. Arbeidsintensieve delen gaan naar lagelonenlanden, waardoor een product van grondstof tot consument een route aflegt over tal van gebieden.
Belangrijk: Regionale handelsblokken zoals USMCA, ASEAN en EU hebben binnen het blok weinig grenzen, maar naar buiten vaak nog wel handelsbelemmeringen.