Klimaat en landschap van de VS
Je snapt vast al dat het in Alaska kouder is dan in Florida - dat komt door de breedteligging. Hoe noordelijker je gaat, hoe kouder het wordt. De jaaramplitude laat zien hoe groot het temperatuurverschil is tussen de warmste en koudste maand van het jaar.
Zeeën en oceanen hebben een mega invloed op het klimaat. Aanlandige wind waait van zee naar land en zorgt ervoor dat temperaturen niet zo extreem worden. Dit creëert een zeeklimaat met koele zomers en zachte winters aan de westkust.
Het Middellandse Zeeklimaat in Californië geeft warme, droge zomers en milde winters met neerslag. Aan de oostkust zorgen warme, vochtige zeewinden voor het subtropische klimaat van plaatsen zoals Atlanta. Het landklimaat in het binnenland heeft juist warme zomers én koude winters.
Let op: Aflandige wind brengt in de winter ijzige kou vanuit de poolstreken naar het noordoosten van de VS!
De gebergteketens lopen van noord naar zuid en creëren verschillende klimaatzones. De loefzijde (windzijde) van bergen krijgt veel stuwingsregen, terwijl de lijzijde droog blijft door de regenschaduw. Het Great Basin ligt in de regenschaduw van de Sierra Nevada en heeft daarom een woestijn- en steppeklimaat.
Tussen de Rocky Mountains en de Appalachen liggen de Great Plains - een enorme hoogvlakte waar extensieve veeteelt plaatsvindt. De Rocky Mountains zijn jong en hebben spitse toppen, terwijl de Appalachen ouder zijn met afgeronde vormen.